Ann Brusseel vraagt meer aandacht voor de integratie van oudere holebi’s in rust- en verzorgingshuizen

De integratie en aanvaarding van oudere holebi’s in rust- en verzorgingstehuizen is een gekend probleem. In de grote steden, waar de diversiteit onder residenten en personeel de taboesfeer rond seksualiteit en holebi’s versterkt, is de druk groter. Vele van deze ouderen worden nog steeds heteronormatief behandeld. Om de aandacht voor oudere holebi’s kracht bij te zetten, bevroeg Vlaams volksvertegenwoordiger Ann Brusseel minister Jo Vandeurzen (CD&V) in de Commissie Welzijn.

Het probleem van integratie en aanvaarding schuilt in het milieu waarin deze ouderen terechtkomen. Oudere holebi’s verblijven tussen generatiegenoten die homoseksualiteit moeilijk konden aanvaarden. Vele van deze oudere holebi’s kruipen onder druk van deze omstandigheden opnieuw of verder in de kast. ‘Het feit dat de overheid zelfs niet bij benadering kan inschatten hoeveel holebi’s er in de Vlaamse RVT’s verblijven en welke hun problemen precies zijn, maakt het moeilijk om echt werk te maken van aanvaarding, stelt Ann Brusseel.’ Bovendien blijken heel wat RVT’s nog zeer heteronormatief te functioneren, dat blijkt uit hun officiële documenten, maar ook uit veel getuigenissen over de aanpak van het personeel. Daarnaast blijkt ook dat binnen het personeelsbestand de juiste vorming vaak ontbreekt en dat men niet weet om te gaan met de verschillen in culturele achtergrond.

Minister Vandeurzen stelt dat er inderdaad een taboe heerst omtrent seksualiteit bij ouderen, hun familie en personeelsleden. Om stappen te zetten richting de behoeften van ’holebi’s en transgenders organiseerde hij op 19 januari een studiedag in samenwerking met VZW Kliq en çavaria. Daarnaast werden er ook workshops georganiseerd en een folder ontwikkeld met bijkomende tips naar alle RVT’s toe. In de loop van 2017 krijgen 7 RVT’s begeleiding op maat, dit onder de benaming ‘Tachtig tinten grijs’. Bedoeling is dat de best practices van dit project worden verspreid naar andere centra toe, als sensibilisering.

Deze inspanningen zijn volgens Ann Brusseel een stap in de juiste richting. Daar kan het echter niet bij blijven. ‘Het concept van de integrale zorg met aandacht voor elkeens eigenheid is mooi, maar je moet er ook echt werk van maken op het terrein, met alle personeelsleden, niet alleen de directie moet een visie hebben, maar ook alle zorgverstrekkers én het keukenpersoneel en de poetshulp moeten die visie uitvoeren. Aanvaarding en inclusie is een taak van elke betrokkene in de instelling. Ten eerste is het belangrijk dat de invloed van diversiteit in RVT’s grondig in kaart gebracht wordt. Tot op heden is er immers weinig wetenschappelijk onderzoek terug te vinden rond dit thema. De nood aan best practices is groot. Een mentaliteitswijziging moet inderdaad ‘bottom up’ groeien maar we mogen niet gewoonweg hopen dat een interessante folder gelezen worden. We moeten concreet zeggen aan de sector wat we van hen verwachten: informatie en vorming zijn dringend en noodzakelijk.’, aldus Ann Brusseel.