Ann Brusseel bepleit de invoering van een meldcode voor hulpverleners bij huiselijk geweld

Senator Ann Brusseel (Open Vld) bepleit de snelle invoering van een meldcode voor hulpverleners die hen kan helpen bij het al of niet doorbreken van hun beroepsgeheim in geval van partnergeweld. Een meldcode voor huiselijk geweld helpt professionals goed te reageren bij signalen van dit soort geweld. De beslissing om vermoedens van huiselijk geweld wel of niet te melden, neemt de professional zelf. Het stappenplan van de meldcode biedt hierbij houvast.

Zij stelt dit naar aanleiding van het eerder teleurstellende antwoord van de Minister van Justitie, Koen Geens (CD&V) op haar parlementaire vraag hieromtrent. Geens gaf aan dat hij geen concrete cijfers kan geven over het aantal gevallen van partnergeweld die aan het licht kwamen doordat een hulpverlener zijn of haar beroepsgeheim doorbrak. Deze cijfers worden niet bijgehouden door de parketten, aldus Geens.

Vanaf 1 maart 2013 mogen artsen, advocaten, politiebeambten en andere personen die gebonden zijn door het beroepsgeheim het parket inlichten wanneer ze weet hebben van partnergeweld. Het Strafwetboek laat een schending van het beroepsgeheim toe in dat geval. Deze maatregel heeft als expliciet doel het terugdringen van het aantal feiten van partnergeweld. Eerder dit jaar bleek tijdens hoorzittingen in de Senaat rond partnergeweld dat er amper aangiftes zouden zijn vanwege hulpverleners en huisartsen. Nochtans blijkt de huisarts in het bijzonder dikwijls de eerste persoon te zijn die het slachtoffer in vertrouwen neemt. Als er al een klacht wordt geformuleerd door het slachtoffer naar de buitenwereld toe, blijkt dit in 66% van de gevallen de huisarts te zijn, aldus recent onderzoek.

Jammer genoeg blijken de huisartsen slechts zelden naar het parket te stappen, aldus Ann Brusseel: “Deze informatie heb ik bekomen op het terrein, want jammer genoeg beschikt de overheid niet over concrete cijfers. Dit is een gemiste kans in de strijd tegen partnergeweld.”.

Niet alleen beschikken we niet over enig cijfermateriaal wat betreft het aantal meldingen van artsen en hulpverleners, doch bovendien beschikken we twee jaar na de invoering van deze wet nog steeds niet over een meldcode.

De arts staat er heden dus alleen voor en hij of zij moet op eigen hoedje zonder enige leidraad bepalen of het medisch geheim al of niet moet worden doorbroken. Wetende dat de arts dikwijls de enige persoon is die door het slachtoffer van partnergeweld in vertrouwen wordt genomen moet dit wat mij betreft beleidsmatig een prioriteit worden.

Een proefproject dat loopt bij gynaecologen toont aan dat deze aanpak werkt. Nadat ze een specifieke opleiding en instrumenten hebben gekregen om slachtoffers te bevragen blijkt het aantal aangiftes met 2,5% te zijn toegenomen. In Nederland, waar deze meldcode voor artsen al jaren bestaat, is het aantal aangiftes sterk toegenomen .

Naast de snelle invoering van deze meldcode vraag ik tevens aan Minister Geens dat hij richtlijnen geeft aan het College van procureurs-generaal om een aparte codering in te voeren voor de gevallen van partnergeweld die worden aangebracht door hulpverleners en dit om aldus over de juiste cijfers te beschikken. Aldus kan men gerichte informatiecampagnes opzetten en bijkomende instrumenten ontwikkelen, indien men vaststelt dat bepaalde beroepscategorieën zeer weinig gevallen doorgeven aan het parket.